
Ons verhaal
Hoe het begon

Het is 1932. In Amsterdam Noord is er net een nieuwe wijk gebouwd. Kleine sociale woninkjes. Veel Jordanezen gaan er wonen. Ze verlaten hun oude vervallen woningen waar ze in kleine tochtige kamertjes met grote gezinnen wonen. Eén daarvan is de familie Gotjé.
Op de pont naar Amsterdam
Jan Christiaan en Catherina Geertruida Gotjé zijn allebei in de Jordaan geboren. Jan en Tootje (dat was haar roepnaam) verhuizen met hun tien kinderen ook naar Amsterdam Noord, naar ‘Het Blauwe Zand’. De kinderen die in het zand spelen noemen het ‘het Blauwe Zand’, omdat het opgespoten slib op het land blauwachtig is. Van drie hoog achter naar heel veel speelruimte: wat een plezier! Ze bouwen hutten en spelen cowboytje en indiaantje.
De oudste zoon van Jan en Catharina, Jantje, gaat als jonge jongen van 13 jaar werken in een delicatessenzaak om wat extra’s voor het gezin te verdienen. Het is een arme tijd. Vader Jan maakte houten banden om de fietswielen van de jongen. Rubberbanden zijn moeilijk te verkrijgen en erg duur. Zo gaat hij iedere dag met de pont over het IJ trouw naar zijn werk. Daar waren noten te koop, voor de rijke Amsterdammers.

Vers gebrande pinda’s
worden populair
Hij sjouwt de zakken en later mag hij achter de glimmende glazen vitrine in Art Deco stijl klanten helpen. Hij schept de luxe noten in kleine papieren bakjes, voorziet ze van rijk bedrukt inpakpapier en doet er een mooi rood lint omheen. Na de 2e wereldoorlog is alles anders. Het land gaat in opbouw. Jantje is inmiddels Jan geworden. Hij is standwerker op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. Hij zit in de ‘partijtjes’ en verkoopt van alles en nog wat, van kokosnoten tot kammetjes en vuilinsbakken. Lange tijd staat hij samen met de vader van de acteur Johnny Kraaijkamp Sr. op de markt. Ze staan bekend als grappenmakers. Later verkoopt hij pinda's. Hij haalt ze elke ochtend in alle vroegte bij de koffiebranderij om de hoek. Die brandt zijn pinda's en houdt ze in opslag. Ze worden geroosterd, net als koffie. Met zijn blauwe Chevrolet Busje haalt hij ze in alle vroegte op. Ze zijn nog warm als hij ze verkoopt. Hij verkoopt er veel, iedereen vindt ze lekker.
Met natte haartjes voor
de radio pinda’s pellen!
De pinda’s worden zo populair dat hij een bijnaam krijgt: Jantje Pinda. Het is een populaire snack, zeker onder mensen die het niet breed hebben, zoals de bewoners van de Jordaan. In de avond een krant op tafel, een berg pinda’s erop, radio aan en gezellig samen pellen bij de gaskachel. Het is een doorslaand succes en hij heeft zijn roeping gevonden. Jantje pinda is een markante verschijning op de markt. Hij draagt steevast een mooi grijs-blauw pak met daaronder nette zwarte schoenen. Op zijn onberispelijk witte overhemd draagt hij een opvallende blauwe stropdas met witte stippen. Hij geniet van het mooie leven in Amsterdam. Hij glimt van trots als het voor de kraam vol staat met klanten. Dan houdt hij zijn bretels vast en kust zijn vrouw met wie hij lief en leed deelt.


Noten bakken op de
kleine veranda
Jan en Beppie krijgen een plaats voor een kraam op de Lindengracht in Amsterdam, waar ze noten gaan verkopen. Daar zijn ze helemaal op hun plek. Gezelligheid en grappen maken. Als een een klant vraagt om een plastic zak zegt Jan: ‘Ik heb geen plastic zak, maar ik vraag toch ook niet of jij een kartonnen doos hebt?’. Mensen kopen ook veel rozijnen om boerenjongens van te maken. Ze vagen dan: 'Weet u ook hoe je boerenjongens klaarmaakt?' dan antwoordt hij met een strak gezicht: 'Nee, geen boerenjongens, maar wel boerenmeisjes'. Dan gierde iedereen het uit.
Ze bakken de noten op het kleine verandaatje op 1 hoog van hun huis in de Van Beuningenstraat, in de Staatsliedenbuurt. De buren vinden het lekker ruiken. In huis ligt de voorraad en zelfs het trapportaal wordt door de familie als opslag gebruikt. Al snel worden er variaties gemaakt met pinda's zoals pindarotsjes en pindaschuitjes met chocola. De buren helpen mee met het gieten van chocola in de ruiten bootvormige vormpjes. Zo verdient iedereen wat en kan de familie aan de vraag blijven voldoen. Van pinda's is de overstap naar noten een logische. Ze maken noten toegankelijk voor de gewone man. De verkoop gaat altijd met ponden tegelijk. Beppie staat de hele dag door te scheppen, zo lekker vinden mensen de noten van Jan Gotjé. In 1980 stopt hij en gaat hij met de VUT.
Jan en Gitta,
de 2e generatie
Jan en Beppie hadden veel zaterdaghulpen. Gitta werkt als zaterdaghulp bij de HEMA bij de nootjes. Ze had al een paar maanden verkering met Jan toen Beppie haar vroeg ook op de stal te komen werken.
Het is een fijne tijd. Jan senior is een grappenmaken. Er kwam een dame uit Amsterdam Zuid aan de kram. Ze vroeg: 'Koopman, verkoopt u ook amandelen in kleine hoeveelheden?' Waarop Jan antwoordt: 'Wat beoelt u met kleine hoeveelheden?' Zegt de dame in haar bekakte Amsterdam Zuid-accent: 'Twee of drie, meneer'. Waarop Jan antwoordt: 'Dan kunt u beter naar het Binnengasthuis Ziekenhuis gaan, daar krijgt u ze gepeld en al'.
Het liefdeskoppeltje Jan en Gitta gaan ook op de markt staan. In 1988 krijgen ze een plaats op Plein 40-45. Daarna gaat het snel. De markt in Volendam komt er bij, de markt in Haarlem en Jan en Gitta openen twee notenwinkels, één in Amsterdam en één in Haarlem. Ze gaan groter inkopen en andere markthandelaren en winkels willen ook de beste kwaliteit van Gotjé.
Zo ontstaat de groothandel, gevestigd in een loods in Amsterdam. Gitta gaat langs de weg en verkoopt de noten volop aan delicatessenzaken en brengt het assortiment bij verschillende groothandels binnen. Later volgen cateringbedrijven in de luchtvaart, hotelketens, supermarkten en tal van andere inkopers.


- Jan Gotjé -

Heerhugowaard
Het huidige bedrijf is nog altijd in Amsterdam gevestigd. De groothandel is in Heerhugowaard gevestigd. Daar worden de noten nog altijd ambachtelijk gebrand. Het inpakken gebeurt ook direct daarna. Zo zijn alle producten van Jan Gotjé altijd vers. Vroeger vers op de markt, tegenwoordig vers in een zakje of bakje. Aan die werkwijze is niets veranderd.

3e en 4e generatie
Inmiddels werkt de 3e generatie, Patricia en Jan Gotjé Jr. in het bedrijf. Patricia ondersteunt de back-office en Jan Gotjé Jr runt samen met zijn vrouw Senta succesvol de eigen webshop voor de horecaklanten www.jangotje-horeca.nl. Ook de 4e generatie draait al mee. Denise runt de consumentenwebshop, doet sociale media en draait mee in de productie. Jan Gotjé: ‘Ik ben trots op mijn dochter en zoon, ze werken hard en hebben hart voor de zaak. En ik vind het prachtig dat ook mijn kleindochter in het bedrijf werkt. Zeker als ze even op kantoor langs komt en een kus op mijn wang geeft!’ Onze andere kleinkinderen zijn nog klein, maar willen allemaal maar wat graag bij Opa en Oma werken.